Mijn & Mirre wachten op een teken
Mijn legt zuchtend de Tina terug op tafel. De Hitkrant ligt er ook nog, maar ze is er met haar gedachten niet bij. De telefoon op de vensterbank, die met de draaischijf, is al tijden niet over gegaan. Ze houdt de hoorn nog eens tegen haar hoofd. Hij doet het gewoon.
Ze is ook al een aantal keer naar de brievenbus gelopen. Niets!
Hij zou wat van zich laten horen! Pffff jongens.
Mirre komt erbij zitten.
“Is hij inmiddels verhuisd naar Australië?”
Mijn kijkt op. “Wat?”
“Nou, ik probeer in te schatten hoe ernstig de situatie is.”
“Niet grappig.”
“Een beetje grappig.”
Mijn rolt met haar ogen. “Hij zou bellen.”
“Wanneer?”
“Dat weet ik niet.”
“Vandaag?”
“Misschien.”
“Deze week?”
Mijn moet ondanks zichzelf lachen.
“Je bent vervelend.”
“Wat hoop je eigenlijk dat hij zegt?”
“Dat hij me leuk vindt en me niet vergeten is.”
“Je bént leuk. En ik ben je niet vergeten. Nee, dat is niet hetzelfde, dat snap ik. Ik blijf even bij je zitten. We wachten samen.”
-------
We kennen allemaal wel het gevoel van wachten op een signaal van je telefoon. Een appje. Een belletje.
Het steeds weer kijken of je misschien iets gemist hebt.
Je wilt niet te needy overkomen, maar ook niet ongeïnteresseerd, dus probeer je vooral normaal te doen. Wat dat ook moge zijn.
Toch gaat dat wachten zelden alleen over een appje, want als we eerlijk zijn, weten we best dat de ander druk kan zijn, dat iemand aan het werk is. Of gewoon even geen zin heeft om te reageren.
En toch gebeurt er iets. Niet zozeer in ons hoofd. Maar in ons lichaam.
----
Een lichaam dat zich veilig voelt, kan wachten. Een lichaam dat onzekerheid ervaart, gaat zoeken. Naar signalen, bevestiging. Naar aanwijzingen dat alles nog goed is.
Niet omdat er iets mis is met jou. Maar omdat verbinding voor mensen van levensbelang is.
Dat is altijd zo geweest. Voor een kind al helemaal.
---
Toen Mijn klein was, lag veiligheid grotendeels buiten haarzelf.
In de beschikbaarheid van de mensen om haar heen. In aandacht. In contact. In de wetenschap dat iemand terugkwam. Dat iemand haar zag en dat iemand bleef.
En zoals dat gaat met alles wat belangrijk is in ons leven, onthoudt een zenuwstelsel dat. Niet als gedachte, maar als ervaring.
Jaren later wacht Mijn niet meer op een telefoontje aan de muur.
Mirre kijkt nu op haar mobiel.
Maar haar zenuwstelsel maakt niet zoveel onderscheid tussen een draaischijftelefoon en WhatsApp.
Voor dat oude systeem gaat het nog steeds over dezelfde vraag:
Ben ik belangrijk? Ben ik niet vergeten? Is de verbinding er nog?
---
Mirre kijkt naar Mijn, die voor de vijfde keer haar telefoon oppakt.
“Nog niets?” “Niets.”
Mirre knikt. “Dat is lastig hè?”
“Best wel.”
“Zullen we ondertussen iets anders gaan doen?”
Mijn denkt even na.
“Mag ik eerst nog één keer kijken?”
Mirre glimlacht. “Van mij wel.”
En terwijl Mijn kijkt, blijft Mirre gewoon zitten.
Niet omdat het wachten voorbij is.
Maar omdat veiligheid soms begint met gezelschap.
Liefs, Mir
Reactie plaatsen
Reacties